Spelregels

Spelregels om de knapste kop van HZO Drenthe.                                    

Leden sturen hun antwoorden op naar de spelregelcommissie. MAIL

Spelregelronde 1 - September 2017

Vraag 1 - De neutrale assistent-scheidsrechter steekt zijn vlag omhoog om aan te geven dat de bal de zijlijn geheel en al gepasseerd heeft. Voordat de scheidsrechter echter kan affluiten, ziet hij dat een verdediger binnen zijn strafschopgebied een tegenstander slaat. Wat moet de beslissing van de scheidsrechter zijn?

A. Hij stuurt de verdediger van het speelveld en hervat het spel met een strafschop.
B. Hij stuurt de verdediger van het speelveld en hervat het spel met een inworp.
C. Hij geeft de verdediger een waarschuwing en hervat het spel met een strafschop.
D. Hij geeft de verdediger een waarschuwing en hervat het spel met een inworp.

Vraag 2 - Tijdens het spel bemerkt de scheidsrechter dat de uitrusting van een speler niet aan de voorschriften voldoet. Hoe reageert hij?

A. Hij wacht tot de eerstvolgende onderbreking en zendt dan de speler van het speelveld om het mankement te herstellen.
B. Hij draagt, tijdens het spel, de aanvoerder op de speler van het speelveld te zenden om het mankement te herstellen.
C. Hij onderbreekt de wedstrijd, zendt de speler tijdelijk van het speelveld en hervat met een indirecte vrije schop.
D. Hij onderbreekt de wedstrijd, zendt de speler tijdelijk van het speelveld en hervat met een scheidsrechtersbal.

Vraag 3 - Tijdens de rust beledigt een speler de scheidsrechter. De scheidsrechter sluit de speler uit voor de tweede helft en staat een invaller toe. Handelt hij juist?

A. Ja, want het spel is dood.
B. Nee, dit kan uitsluitend na overleg met de beide aanvoerders.
C. Nee, het verwijderen is correct; een invaller toestaan is echter niet juist.
D. Ja, doch uitsluitend na goedvinden van de aanvoerders.

Vraag 4 - Tijdens het spel heeft een aanvaller zich buiten het speelveld begeven om zodoende buitenspel op te heffen. Nadat de aanval is afgeslagen komt hij het speelveld weer in. Hoe zal de scheidsrechter hier moeten optreden?

disciplinaire straf:            a. geen kaart       b. vermaning      c. gele kaart      d. rode kaart
spelhervatting    :            a. geen vrije schop  b. indirecte vrije schop c. directe vrije schop                                                                      d. scheidsrechtersbal
plaats van hervatting:     a. waar de bal was  b. waar deze aanvaller het veld in kwam  c. waar de                                                              buitenspelpositie was  d. doorspelen

Vraag 5 - Een verdediger, die verzorgd is bij de zijlijn, komt zonder toestemming van de scheidsrechter het speelveld in. Een aanvaller loopt op dat moment in het strafschopgebied van de tegenpartij met de bal aan de voet in de richting van het verlaten doel. De bal wordt hem echter correct afgenomen door de zojuist in het speelveld gekomen verdediger. Hoe dient de scheidsrechter te handelen?
A. Hij onderbreekt het spel, kent een indirecte vrije schop toe en toont de verdediger de rode kaart wegens het ontnemen van een duidelijke scoringskans.
B. Hij fluit af, geeft een indirecte vrije schop aan de aanvallende partij en toont de verdediger de gele kaart wegens het zonder toestemming betreden van het speelveld.
C. Hij laat doorspelen en toont de verdediger de gele kaart tijdens de eerstvolgende onderbreking, wegens het zonder toestemming betreden van het speelveld.
D. Hij onderbreekt het spel, toont de verdediger de rode kaart en hervat met een scheidsrechtersbal.

***************************************
Spelregelronde 2- oktober 2017

Vraag 1
In welke van de volgende situaties dient het spel te worden hervat met een directe vrije schop (of strafschop) als de overtreding wordt begaan door een veldspeler?
A. Een tegenstander in diens loop belemmeren.
B. Spelen op gevaarlijke wijze zonder daarbij de tegenstander te raken.
C. Een speler verlaat het speelveld tijdens het spel om een wisselspeler een klap te geven.
D. De assistent-scheidsrechter beledigen

Vraag 2
Op het moment dat de bal in het doelgebied is, raken twee spelers van verschillende teams met elkaar in gevecht op de rand van het doelgebied. De scheidsrechter onderbreekt het spel en toont beide spelers de rode kaart. Hoe en waar moet hij nu het spel hervatten?
A. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
B. Het spel moet worden hervat met strafschop, want de strafschop als spelhervatting is ernstiger dan een      directe vrije schop voor de verdedigende partij.
C. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op een willekeurige plaats in het doelgebied.
D. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar het gevecht plaatsvond.

Vraag 3
Een aanvaller die zich achter de doellijn heeft teruggetrokken om zich aan buitenspel te onttrekken, schreeuwt in die positie een aanwijzing naar een medespeler, die ter hoogte van de strafschopstip in het bezit van de bal is. De scheidsrechter fluit af en geeft de schreeuwende speler een waarschuwing. Hoe hervat hij het spel?
A. Een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal zich bevond toen afgefloten werd.
B. Een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal zich bevond toen afgefloten werd.
C. Een scheidsrechtersbal op de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de schreeuwende speler               stond.
D. Een indirecte vrije schop op de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de schreeuwende speler stond.

Vraag 4
Bij het nemen van een strafschop wordt de doelverdediger misleid doordat op het moment van schieten de strafschopnemer iets roept. Wat beslist de scheidsrechter indien de bal in het doel gaat?
A. Directe vrije schop tegen de strafschopnemer.
B. Overnemen van de strafschop en een GK voor onsportief gedrag.
C. Doelpunt.
D. Indirecte vrije schop tegen de strafschopnemer en een GK voor onsportief gedrag.

Vraag 5
De doelverdediger van partij A en een aanvaller hebben ruzie. Plotseling gooit de doelverdediger, staande in zijn eigen strafschopgebied, doch niet in het doelgebied, opzettelijk en met kracht de bal tegen het hoofd van de aanvaller aan, die één meter achter de doellijn naast het doel staat. De scheidsrechter stuurt de doelverdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart. Hoe wordt het spel hervat?
A. Strafschop
B. Indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de plaats waar de doelverdediger stond, toen hij de           bal gooide.
C. Hoekschop.
D. Scheidsrechtersbal op de plaats waar de doelverdediger stond, toen hij de bal gooide.

                                                                       ********

Spelregelronde 3- november 2017

Vraag 1
Twee tegenstanders raken slaags met elkaar net buiten de zijlijn. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Hoe moet de scheidsrechter handelen?
A. De spelers worden van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart en het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal zich bevond, toen de scheidsrechter onderbrak.
B. De spelers worden van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart en het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal op de zijlijn.
C. De spelers ontvangen een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal zich bevond, toen de scheidsrechter onderbrak.
D. De spelers ontvangen een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij op de zijlijn.
 

Vraag 2
De assistent-scheidsrechter steekt zijn vlag omhoog om aan te geven dat de bal de zijlijn geheel en al gepasseerd heeft. Voordat de scheidsrechter echter kan affluiten, ziet hij dat een verdediger binnen zijn strafschopgebied een tegenstander slaat. Wat moet de beslissing van de scheidsrechter zijn?

A. Hij stuurt de verdediger van het speelveld en hervat het spel met een strafschop.
B. Hij stuurt de verdediger van het speelveld en hervat het spel met een inworp.
C. Hij geeft de verdediger een waarschuwing en hervat het spel met een strafschop.
D. Hij geeft de verdediger een waarschuwing en hervat het spel met een inworp.
 

Vraag 3
Wanneer kan de scheidsrechter ertoe overgaan om een spelstraf toe te passen?
A. Zodra de scheidsrechter het speelveld betreedt tijdens de controle voorafgaand aan de wedstrijd.
B. Zodra de scheidsrechter het teken heeft gegeven om de beginschop te laten nemen.
C. Zodra de aftrap voor de eerste helft op reglementaire wijze is genomen.
D. Zodra alle spelers staan opgesteld.
 

Vraag 4
In de rust hebben de doelverdediger en een veldspeler van tenue gewisseld. Als het spel in de tweede helft een paar minuten aan de gang is, wordt dit door de scheidsrechter opgemerkt. Op welke manier zal deze nu juist handelen?

A. Hij wacht tot de bal uit het spel is en geeft dan beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
B. Hij neemt geen verdere actie aangezien de wissel in de rust heeft plaatsgevonden.
C. Hij onderbreekt het spel, geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
D. Hij wacht tot de bal uit het spel is en geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart. Speelt één van beide spelers de bal echter eerder, dan zal hij het spel onderbreken, beide spelers een waarschuwing geven door het tonen van de gele kaart en het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
 

 

Vraag 5
Terwijl de bal de zijlijn heeft gepasseerd wil het team dat de inworp mag nemen een wisselspeler inbrengen. De gewisselde speler verlaat het speelveld en de wisselspeler loopt direct naar de plaats van de inworp, pakt de bal op die tegen de boarding ligt en gooit de bal vervolgens in. Is dit volgens de regels correct?

A. Ja, want een wisselspeler is definitief speler wanneer de uitgewisselde speler het speelveld heeft verlaten.
B. Ja, want de wisselspeler heeft toestemming gehad van de SR om het speelveld te betreden.
C. Neen, want de bal moet eerst door een medespeler gespeeld zijn.
D. Neen, want de wisselspeler heeft het speelveld nog niet betreden en mag de inworp nog niet nemen.


Spelregelronde 4- december 2017

Vraag 1
Terwijl de bal in het spel is, spuwt de doelverdediger, die zich binnen het eigen strafschopgebied bevindt, een tegenstander, die zich buiten het strafschopgebied, maar binnen het speelveld bevindt, in het gezicht. Welke maatregelen moet de scheidsrechter nemen?

A. De doelverdediger wordt van het speelveld gezonden en het spel wordt hervat met een strafschop.
B. Indirecte vrije schop op de plaats waar de doelverdediger zich bevond, alsmede het wegzenden van de doelverdediger.
C. Directe vrije schop op de plaats waar de doelverdediger zich bevond, alsmede een waarschuwing aan de doelverdediger.
D. De doelverdediger wordt van het speelveld gezonden en het spel wordt hervat met een directe vrije schop vanaf de plaats waar de tegenstander zich bevond, toen hij werd bespuwd.
 

Vraag 2
Speler A schiet op het doel van de tegenpartij. Op dat moment staat een medespeler van hem buitenspel, maar volgens de scheidsrechter niet strafbaar. Hij laat dan ook doorspelen. De ingeschoten bal wordt echter tegen de doelpaal geschoten en stuit voor de voeten van deze buitenspel staande medespeler, die vervolgens scoort. Wat beslist de scheidsrechter?

A. Hij geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de medespeler stond toen de bal door speler A werd ingeschoten.
B. Hij keurt het doelpunt goed en laat hervatten met een aftrap na geldig doelpunt.
C. Hij geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de buitenspel staande speler de bal in het doel schoot.
D. Hij keurt het doelpunt af en laat hervatten met een doelschop.
 

Vraag 3
Als tijdens het spel de bal wordt geschoten tegen de assistent-scheidsrechter die in het veld loopt en via hem uit het speelveld gaat, kan het spel op verschillende manieren hervat worden. Welke van de onderstaande mogelijkheden is niet juist?

A. Doelschop.
B. Scheidsrechtersbal.
C. Inworp.
D. Hoekschop.
 

Vraag 4
Een aanvaller heeft zich naast het doel buiten het speelveld begeven om zich zodoende aan buitenspel te onttrekken. Op het moment dat de doelverdediger de bal heeft opgevangen, komt deze speler weer het speelveld inlopen om te voorkomen dat de doelverdediger de bal uit zijn handen in het spel kan brengen. De scheidsrechter moet nu?

A. Door laten spelen.
B. De aanvaller een waarschuwing geven voor het zonder toestemming betreden van het speelveld en bestraffen met een directe vrije schop op de plaats waar hij ingreep in het spel.
C. Een indirecte vrije schop toekennen aan de verdedigende partij en de aanvaller een waarschuwing geven.
D. De aanvaller alsnog bestraffen met een indirecte vrije schop wegens buitenspel en de aanvaller een waarschuwing geven.

Vraag 5 - Na een beslissingswedstrijd moeten er strafschoppen worden genomen. De thuisspelende partij beëindigt de wedstrijd door blessures en een veldverwijdering met 9 spelers. Hoeveel spelers moeten zich nu tijdens het nemen van een strafschop ten minste in de middencirkel bevinden?
A. 15 spelers.
B. 16 pelers.
C. 17 spelers.
D. 18 spelers.

Spelregelronde 5 - januari 2018

Vraag 1 - De scheidsrechter heeft het spel onderbroken vanwege een inworp. Tijdens dit “dode” moment loopt een wisselspeler het speelveld in en beledigt de scheidsrechter. Welke maatregel(en) neemt de scheidsrechter tegen deze wisselspeler en hoe hervat hij het spel?
A. De wisselspeler wordt naar de bank verwezen, omdat hij niet aan het spel deelnam en het spel wordt hervat met een inworp.
B. De wisselspeler wordt door het tonen van de rode kaart van het veld verwijderd. Er mag voor hem geen andere wisselspeler komen. Het spel wordt hervat met een inworp.
C. De wisselspeler wordt naar de bank verwezen en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop.
D. De wisselspeler wordt van het veld verwijderd. Er mag voor hem geen andere wisselspeler komen. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop.

 

Vraag 2 - Tijdens een oponthoud meldt een te laat komende speler zich volgens de regels bij de scheidsrechter. Beiden staan dan binnen het speelveld. De scheidsrechter controleert het schoeisel van de betreffende speler en geeft hem op grond daarvan geen toestemming mee te doen. Daarop beledigt de speler de scheidsrechter. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat een invaller toe, omdat het spel “dood” was, toen de scheidsrechter beledigd werd.
B. Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat een invaller toe, omdat de speler nog niet meegespeeld had, toen hij de scheidsrechter beledigde.
C. Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat geen invaller toe, omdat de te laat komende speler geacht wordt deel uit te maken van zijn ploeg.
D. Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat geen invaller toe, omdat dat nooit kan als iemand de scheidsrechter beledigt.

Vraag 3 - Staande buiten het strafschopgebied slaat een verdediger een aanvaller, die in het strafschopgebied staat. Hoe reageert de scheidsrechter, als de bal op het ogenblik van slaan in het spel is?
A. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een directe vrije schop op de plaats waar de slaande speler stond.
B. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een directe vrije schop op de lijn van het strafschopgebied.
C. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een strafschop.
D. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter het spel onderbrak.

Vraag 4 - Een inwerpende speler laat de bal per ongeluk vallen. De scheidsrechter ziet dit. De bal komt bij een tegenstander terecht. Hoe reageert de scheidsrechter?
A. Hij laat doorspelen, omdat hij de voordeelregel toepast.
B. Hij onderbreekt het spel en laat de tegenpartij inwerpen.
C. Hij onderbreekt het spel en laat dezelfde partij opnieuw inwerpen.
D. Hij onderbreekt het spel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal

 

Vraag 5 - De scheidsrechter moet een wedstrijd tijdelijk onderbreken, als de tijd die verloopt tussen het zien van een bliksemflits en de daaropvolgende donderslag minder is dan:
A. 8 seconden..
B. 15 seconden.
C. 12 seconden.
D. 10 seconden.

 

Spelregelronde 6 - februari 2018

 

Vraag 1 - Een verdediger trapt in een duel op de rand van het doelgebied veel te hoog de bal voor het gezicht van een aanvaller weg op het moment dat die aanvaller de bal in het verlaten doel wil koppen. De aanvaller wordt hierbij niet geraakt, omdat de aanvaller de verdediger op datzelfde moment met beide handen wegduwde. De bal wordt echter door de verdediger alsnog over het eigen doel getrapt. Wat zal de beslissing van de scheidsrechter moeten zijn? Motiveer het antwoord.
A. Beide spelers begaan tegelijkertijd een overtreding, de scheidsrechter fluit af en hervat met een scheidsrechtersbal.
B. De scheidsrechter fluit af, stuurt de verdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart wegens het ontnemen van een duidelijke scoringskans en laat hervatten met een indirecte vrije schop tegen de verdediger. De overtreding van de verdediger is qua sanctie de ernstigste overtreding.
C. De scheidsrechter fluit af en laat hervatten met een directe vrije schop voor de verdediger. De overtreding van de aanvaller is de ernstigste overtreding.
D. Beide overtredingen zijn even ernstig, de scheidsrechter laat doorspelen. In deze situatie kent hij daarom een hoekschop toe.
 
Vraag 2 - Een verdediger staande in zijn eigen strafschopgebied is het niet eens met de ass. scheidsrechter die niet vlagt voor buitenspel. Terwijl het spel doorgaat, laat hij dit duidelijk blijken door de de ass. scheidsrechter op grove wijze te beledigen. Welke acties zal de Scheidsrechter moeten ondernemen?
A. Hij fluit af en toont de verdediger allereerst een rode kaart en hervat het spel vervolgens met een indirecte vrije schop op de plaats waar de overtreding werd begaan.
B. Hij fluit af en toont de verdediger allereerst een rode kaart en hervat het spel vervolgens met een strafschop.
C. Hij fluit af en toont de verdediger allereerst een rode kaart en hervat het spel vervolgens met een  scheidsrechter bal op de plaats waar de bal was toen er werd afgefloten.
D. Hij fluit af en toont de verdediger allereerst een rode kaart en hervat het spel vervolgens met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was op moment van affluiten.
 
Vraag 3 - Bij het nemen van een strafschop komt een aanvaller te vroeg in het strafschopgebied. De strafschop wordt door de doelverdediger tot hoekschop verwerkt. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hoekschop en een waarschuwing voor de aanvaller die te vroeg toeliep.
B. Hoekschop.
C. Indirecte vrije schop voor de verdedigende partij.
D. Strafschop overnemen.
 
Vraag 4 - Een verdediger slaat, in een natuurlijke draaibeweging naar achteren, de bal met de elleboog weg. Hij kan de bal niet zien en slaat deze op hiervoor beschreven wijze toevalligerwijze weg uit zijn eigen doelgebied. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Strafschop en een waarschuwing.
B. Strafschop en veldverwijdering wegens het ontnemen van een duidelijke scoringskans.
C. Indirecte vrije schop op de lijn van het doelgebied wegens onsportief gedrag.
D. Hij laat doorspelen, omdat de speler de bal niet opzettelijk met de elleboog raakt.
 
Vraag 5 - De scheidsrechter laat tijdens een competitiewedstrijd een strafschop overnemen. Dit moet gebeuren door:
A. Dezelfde speler.
B. Een andere speler.
C. Het maakt niet uit welke speler de strafschop overneemt.
D. De speler die de strafschop moet overnemen, wordt door de scheidsrechter aangewezen na goedkeuring door de aanvoerder.
 

mail je antwoorden naar:    spelregelshzod@ziggo.nl

 

Onderwerp: 
Groepen: 
Zichtbaarheid groepsinhoud: 
Openbaar